WEL4 Eigenaarschap
Uit DGBC Wiki
WEL4 Eigenaarschap | ||
|---|---|---|
| Categorie: Welzijn & Welvaart | Maximum aantal punten: 3 | Verplicht? Nee |
Doel van de credit
Het stimuleren van de gebruikers die de betrokkenheid bij het gebied vergroten en bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van de leefomgeving.
Toepassing
| Planfase | Realisatiefase | Beheerfase |
|---|---|---|
| √ | √ | √ |
Creditcriteria
Er kunnen maximaal 3 punten als volgt toegekend worden:
| Punten | Criterium |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat er co-creatie bereikt is. |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat er co-organisatie bereikt is. |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat er co-investering bereikt is. |
Criteria-eisen
Het volgende toont aan dat wordt voldaan:
Eerste punt:
- Er een analyse van het realiseringstraject en beheerfase aanwezig is, welke inzicht geeft in de mogelijkheden en momenten voor belanghebbenden en/of doelgroepen om aan de voor de co-creatie benodigde verantwoordelijkheid en betrokkenheid invulling te geven.
- Er een visie is op de wijze waarop gezamenlijke activiteiten in het gebied gestimuleerd en opgepakt kunnen worden, c.q. er een visie is hoe co-creatie van plannen en/of projecten opgepakt wordt.
Tweede punt:
- Het eerste punt is behaald.
- Er een visie ontwikkeld wordt die de mogelijke vorm en invulling van initiatieven en/of projecten ‘voor-en-door’ gebruikers omschrijft, waarbij sprake is van co-organisatie.
- Er een ‘eigenaar en/of manager’ is van de visie die verantwoordelijk is voor de uitvoering en bijsturing ervan (o.a. VVE, Parkmanagement).
Derde punt:
- Het tweede punt is behaald.
- Er wordt aangetoond dat er sprake is van co-investering in het gebied.
- Er wordt aangetoond dat gebruikers een formele rol (gaan) spelen in het ontwikkelingsproces, realisatieproces en/of beheermanagement. Gebruikers dragen direct medezeggenschap.
Aanvullingen op de criteria-eisen
Co-creatie, co-organisatie en co-investering
Participatie door gebruikers bij het gebied kent verschillende niveaus die zich, in het geval van locale initiatieven, opbouwend opvolgen: Co-creatie, co-organisatie en co-investering.
Co-creatie betreft gezamenlijke vorming van plannen en projecten voor het gebied. Voorbeelden zijn bijeenkomsten of workshops die door gemeenten, opdrachtgever of ontwikkelaar georganiseerd worden om gezamenlijk buurtplanning, indeling van openbaar gebied of opening vaneen buurthuis te bespreken.
Co-organisatie vindt plaats wanneer lokale betrokkenen zich organiseren in een entiteit (stichting, BV, NV, co-operatie, commissies, buurtraden, etc.). Hiermee ontstaat een duidelijk aanspreekpunt en ‘gezicht’ en worden plannen voor realisatie en/of exploitatie (bijvoorbeeld van duurzame energie-installaties) gekanaliseerd.
Co-investering vindt plaats wanneer de lokale entiteit (investering)gelden aantrekt voor het financieren van activiteiten en/of projecten, waarbij een deel van de investering van de lokale betrokkenen komt (bijv. bewoners, ondernemers, etc.). Voorbeelden zijn Lokale Duurzame Energie Bedrijven die (deels) bestuurd worden door lokale betrokkenen en waarbij lokale co-investering plaatsvindt voor projecten voor energiebesparing of duurzame energieopwekking. Maar ook gezamenlijke voedselproductie en culturele evenementen.
Benodigd Bewijsmateriaal
Planfase
Eerste punt
Eis 1
- De analyse, waarin ten minste onderstaand bewijsmateriaal is opgenomen:
- Bewijs van onderzoek naar relevante betrokkenen (zie definities) ten behoeve van het co-creatie model.
- Communicatie en afstemmingsplan met betrokkenen
- Bewijs van actieve participatie van betrokkenen.
- Bewijs van communicatie en interactie met gebruikers. (Bijvoorbeeld notulen en presentielijsten van informatieavonden, een schriftelijke rapportage en/of uitgewerkte enquête van wensen en ideeën van gebruikers en aangaande gebiedsontwikkeling).
Eis 2
- Het plan van aanpak/ de visie op het bereiken van de voorgestelde co-creatie.
Tweede punt:
Eis 1
- Bewijs dat aantoont dat het eerste punt behaald is.
Eis 2
- De visie, welke aantoont dat er sprake is van co-organisatie. De visie bevat ten minste:
- Bewijsstukken die aantonen dat er sprake is van een (formele) organisatie van gebruikers.
- Een document met daarin een beschrijving van de rol en taken van een dergelijke uitvoeringsorganisatie in de planfase, de realisatiefase en beheerfase.
- Haalbaarheidsoverzicht met de uit de analyse voortkomende mogelijke taken voor de organisatie(s).
Eis 3
- Verklaring van de ontwikkelende partijen dat er een verantwoordelijke (eigenaar of manager) is aangewezen voor de visie.
Derde punt:
Eis 1
- Bewijs dat aantoont dat het eerste en het tweede punt behaald zijn.
Eis 2 en 3
- Een plan van aanpak waarin is aangegeven:
- Hoe de gebruikers te enthousiasmeren en te interesseren voor co-investering.
- Hoe gebruikers een formele rol kunnen gaan spelen in het proces.
- Hoe gelden kunnen worden aangetrokken voor financiering van activiteiten/ en of projecten.
Realisatiefase
Eerste punt
Eis 1 en 2
- Analyse inclusief bewijs van (open) communicatie en (directe) interactie met betrokkenen (onderzocht in de planfase) waarin aantoonbaar wordt gemaakt dat:
- Geïnformeerd is naar eisen en wensen vanuit de gebruikers en betrokkenen.
- Deze zijn meegenomen naar de volgende ontwikkel- of bouwfasen.
- Er participatiemethoden/interventies zijn gebruikt waardoor er bewustwording voor duurzaamheid is gecreëerd onder betrokken.
- Betrokkenen medezeggenschap hebben en actief hebben meegewerkt aan de totstandkoming van visie, ontwerp m.b.t. het gebied (bottum-up aanpak).
Tweede punt:
Eis 1
- Bewijs dat aantoont dat het eerste punt behaald is.
Eis 2
- Gelijk aan de planfase, geactualiseerd naar de realisatiefase.
Eis 3
- Verklaring van de ontwikkelende partijen dat er een verantwoordelijke (eigenaar of manager) is aangewezen voor de visie.
Derde punt:
Eis 1
- Bewijs dat aantoont dat het eerste en het tweede punt behaald zijn.
Eis 2 en 3
- Bewijs dat het plan van aanpak uit de planfase/ realisatiefase tot co-investering is/ wordt geactiveerd.
- Document met aantoonbare mogelijkheden tot co-investering.
Beheerfase
Eerste punt
Eis 1
- Onderzoek (b.v.: tevredenheid enquête ) onder de betrokkenen waaruit blijkt dat er sprake is van duurzame co-creatie m.b.t. het opgeleverde gebied en tevredenheid over de manier van betrokkenheid bij het beheerproces en de manier van communiceren met en informeren van de betrokkenen door bepalers (gemeente, nutsbedrijven, management etc.).
Eis 2
- Bewijsmateriaal van (open) communicatie en (directe) interactie met betrokkenen. Communicatie en afstemmingsplan met betrokkenen; bewijs van actieve participatie van betrokkenen. Bewijs van communicatie en interactie met gebruikers. Bijvoorbeeld notulen en presentielijsten van informatieavonden, een schriftelijke rapportage en/of uitgewerkte enquête van wensen en ideeën van gebruikers en aangaande gebiedsontwikkeling.
Tweede punt:
Eis 1
- Bewijs dat aantoont dat het eerste punt behaald is.
Eis 2
- Tastbaar/zichtbaar resultaat is van het ontstaan van duurzame co-organisatie (b.v.: community, bewonersraad, buurthuis, wijkwiki’s, maatschappelijke organisaties, social media die rol van sociale binding en duurzaam eigenaarschap vervullen (VVE, Parkmanagement).
Eis 3
- Verklaring van de ontwikkelende partijen dat er een verantwoordelijke (eigenaar of manager) is aangewezen voor de visie.
Derde punt:
Eis 1
- Bewijs dat aantoont dat het eerste en het tweede punt behaald zijn.
Eis 2 en 3
- Dat het plan van aanpak tot co-investering uit de planfase, na actualisatie (elke 5 jaar) blijvend geactiveerd wordt door betrokkenen en/of bepalers.
- Bewijs dat er daadwerkelijk is overgegaan tot co-investering (aantal en omvang is niet bepalend).
Definities
- Eigenaarschap
- Wil zeggen dat gebruikers zich verantwoordelijk voelen en/of verantwoordelijkheid dragen voor de kwaliteit van de omgeving en de instandhouding daarvan vanuit hun betrokkenheid bij de totstandkoming en beheer daarvan.
- Betrokkenen
- Dit kunnen diverse personen/vertegenwoordigers zijn die vanuit de visie op de gebiedsontwikkeling logischerwijs als doelgroep kunnen worden gezien. Dit zijn niet altijd stakeholders, maar betreft een bredere groep van betrokkenen die op enige wijze een constructieve bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van het gebied, hetzij door input op de inhoud (het resultaat), hetzij door input op het proces (de manier waarop het gebied wordt ontwikkeld via participatie en gebruikmakend van communicatie en informatie).
- Hierbij valt te denken aan bouwexperts, toekomstige gebruikers (verdeeld over diverse groeperingen b.v. recreanten, bewoners, exploitanten, etc.), afgevaardigden van gemeenten en woningcorporaties, allerlei inhoudelijke experts op het gebied van sociale ontwikkeling en transformatieprocessen, communicatie en participatie, milieu en duurzaamheid, ruimtelijke ontwikkeling, geluid, groen, etc.
- Bepalers
- Organisaties anders dat de gebruikers, met directe en/of indirecte invloed op het gebied en de gebruikers.
Aanvullende informatie
De mate van betrokkenheid kan worden gemeten aan de hand van de participatiemethoden/ interventies die zijn toegepast b.v.: bottum-up aanpak van gebiedsontwerp, co-creaties, procesinterventies ter bevordering van inspraak en bewustwording van betrokkenen, kwaliteit en manier van communicatie met en informatie naar de betrokkenen gedurende de ontwikkeling-, realisatie- en beheerfase.
Referenties
Koppeling met andere credits in dit Keurmerk
- Eigenaarschap heeft een sterke relatie met W&W Sociale Cohesie. Eigenaarschap is bottum-up, terwijl Sociale cohesie topdown is georganiseerd;
- Eigenaarschap heeft relaties met alle andere criteria binnen het keurmerk;
- Koppeling met management;
- Koppeling met ruimtegebruik, energie en klimaat.
Koppeling met andere keurmerken
Koppeling met BREEAM-NL Nieuwbouw: Koppeling met BREEAM-NL Bestaande bouw: