RO8 Ondergrondse Infrastructuur
Uit DGBC Wiki
RO8 Ondergrondse Infrastructuur | ||
|---|---|---|
| Categorie: Ruimtelijke ontwikkeling | Maximum aantal punten: 4 | Verplicht? Nee |
Doel van de credit
Het komen tot een optimale ondergrondse infrastructuur in openbaar toegankelijk gebied.
Toepassing
| Planfase | Realisatiefase | Beheerfase |
|---|---|---|
| √ | √ | √ |
Creditcriteria
Er kunnen maximaal 4 punten als volgt toegekend worden:
| Punten | Criterium |
| 2 | Inventariseren:
Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat relevante stakeholders bij elkaar zijn gebracht en dat behoeften, eisen en mogelijkheden van deze relevante stakeholders ten aanzien van de aanleg van de ondergrondse infrastructuur zijn geïnventariseerd. |
| 2 | Optimaliseren:
Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat op basis van de inventarisatie is gekomen tot een gedragen visie en ontwerp voor een slim en flexibel tracé voor ondergrondse infrastructuur. |
Criteria-eisen
Het volgende toont aan dat wordt voldaan:
Eerste twee punten:
1. Een inventarisatie van de verschillende betrokken partijen ten behoeve van de realisatie van ondergrondse infrastructuur. Partijen zijn tenminste: overheid (inrichting), nutsbedrijven (kabels & leidingen) en het waterschap (waterhuishouding en riolering);
2. Een uitvoerige inventarisatie van de behoeften, profieleisen en mogelijkheden van deze partijen.
Derde en vierde punt:
1. De eerste twee punten zijn behaald.
2. Een door de relevante stakeholders gedragen visie voor de optimale invulling van de ondergrondse infrastructuur is opgesteld;
3. De visie, indien van toepassing, brengt de huidige ondergrondse infrastructuur in beeld;
4. In de visie is de invulling van de ondergrondse infrastructuur afgestemd op de inrichting van de bovenliggende ruimte en het bovenliggende gebruik;
5. Bij invulling wordt rekening gehouden met verwachte wijzigingen in het gebied in de afzienbare toekomst (10 à 15 jaar);
6. De invulling vermijdt waar mogelijk verstoringen van de waterhuishouding van het gebied en het omliggende gebied;
7. In de visie is vastgelegd dat, indien van toepassing, niet voor hergebruik in aanmerking komende onderdelen worden verwijderd;
8. De visie biedt ruimte voor inpassing van innovatieve toepassingen;
9. Er rekening is gehouden met een blijvend goede bereikbaarheid van de ondergrondse infrastructuur;
10. De visie is vertaald naar een slim en flexibel ontwerp van de ondergrondse infrastructuur;
11. In het ontwerp maatregelen zijn genomen om het aantal roeringen in de grond te minimaliseren;
12. De dimensionering van de riolering past in het totaal van waterhuishoudkundige uitgangspunten binnen het gebied;
13. Er wordt geanticipeerd op het voorkomen van het openbreken van verhardingen bij uitbreiding rondom (verkeers-)knooppunten;
14. In de volgordelijkheid van het werk, afspraken zijn gemaakt ter voorkoming van aanleg van definitieve verharding vooruitlopend op de aanleg van ondergrondse infrastructuur.
Aanvullingen op de criteria-eisen
Optimale invulling
Er is sprake van een optimale invulling van de ondergrondse infrastructuur indien aan huidige en –naar verwachting- toekomstige behoeften kan worden voldaan, de waterhuishouding van het gebied niet wordt verstoord, en de ondergrondse infrastructuur voor eventueel toekomstige aanpassingen eenvoudig is te bereiken en aan te passen, zonder grote ingrepen. Ontwerp en aanleg anticiperen op ontwikkelingen op het gebied van decentrale energie opwekking. De opgewekte energie kan in het gebied worden getransporteerd naar participanten. Trace’s geven de mogelijkheid tot uitbreiding van private netwerkonderdelen om co-siting en decentrale opwekking te bevorderen.
Minimaliseren van grondroeringen
Door toevoeging van detecteerbare elementen aan de infrastructuur kan zonder de grond te roeren de locatie van kritische infrastructuur worden gelokaliseerd. Denk aan RFID ontwikkelingen en QR coderingen die verwijzen naar beheerders van infrastructuur.
Benodigd Bewijsmateriaal
Planfase
Eerste twee punten:
Eis 1 en 2
- Verslaglegging van gezamenlijk overleg en rapportage (swot-analyse) van de behoeften, eisen en mogelijkheden van deze partijen.
Tweede criterium:
Alle eisen
- Een door alle betrokken partijen ondertekende visie met daarin
- Gezamenlijk vastgestelde (dwars)profielen en de overeengekomen afstanden tot percelen of overige appendages;
- Indien geen greenfield: een plattegrond / kaart met de totale huidige ondergrondse infrastructuur;
- Plattegronden / kaarten waarop de relatie tussen de ondergrond en bovengrond is weergegeven;
- Een analyse van de verwachte wijzigingen in gebruik van de ondergrondse infrastructuur voor ten minste de komende 10 tot 15 jaar, rekening houdend met voorziene ontwikkelingen ten aanzien van verbruik, klimaat (opwarming van de aarde, minder frequente maar intensievere regenval) en techniek;
- en analyse van de relatie tussen de ondergrondse infrastructuur en de waterhuishouding in het gebied;
- Beschrijving van de maatregelen waardoor de bereikbaarheid en aanpasbaarheid van de ondergrondse infrastructuur is geborgd;
- Verklaring van de hoofdaannemer dat bij de werkzaamheden geen definitieve verharding zal worden aangelegd voordat de ondergrondse infrastructuur gereed is;
- De positionering van mantelbuizen om een toekomstige oversteek te maken ter voorkoming van hinder bij knooppunten / kruispunten.
Realisatiefase
Eerste twee punten:
Eis 1 en 2:
- Het bewijsmateriaal is hetzelfde als voor de Planfase.
Tweede criterium:
Alle eisen
- Voldoet aan het bewijsmateriaal voor de Planfase
- Rapportage / bewijsmateriaal van de assessor waaruit valt op te maken dat de uitgangspunten in het visiedocument nog relevant zijn dan wel aangepast waar van toepassing;
- Rapportage / bewijsmateriaal van de assessor waaruit valt op te maken dat eventuele wijzigingen in het visiedocument zijn door vertaald in het ontwerp;
- Rapportage / bewijsmateriaal van de assessor waaruit valt op te maken dat de realisatie van de ondergrondse infrastructuur volgens de uitgangspunten in het visiedocument en ontwerp wordt gerealiseerd.
Beheerfase
Eerste twee punten:
Eis 1 en 2:
- Het bewijsmateriaal is hetzelfde als voor de Realisatiefase.
Derde en vierde punt:
Alle eisen
- Voldoet aan bewijsmateriaal voor de Realisatiefase
- Rapportage / bewijsmateriaal van de assessor waaruit valt op te maken dat de ondergrondse infrastructuur functioneert zoals beoogd.
Definities
- Ondergrondse infrastructuur
- Het totaal aan – kabels, leidingen en riolering ten behoeve van het transport of het faciliteren van gas, elektra (hoog-, midden- en laagspanning), drinkwater, stadsverwarming, warmte-koude opslag, aardwarmte, openbare verlichting, telecom, riolering, geothermie en overig (toekomstige infrastructuur)
- Openbaar toegankelijk gebied
- Onder openbaar toegankelijk gebied vallen wegen, pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is.
- Co-siting
- Het bevorderen van het gebruik van restenergie. Bijv. de overtollige warmte van een bakkerij gebruiken in bedrijfverzamelgebouwen/ werkplaatsen.
- KLIC-melding
- Een KLIC-melding zorgt ervoor dat leidingbeheerders een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Deze melding is wettelijk verplicht.
Aanvullende informatie
In deze credit gaat het erom te stimuleren dat voldoende tijd en aandacht wordt besteed aan de ondergrondse infrastructuur. Voldoende tijd en aandacht besteden leidt er toe dat ingrijpen wordt voorkomen. Ingrijpen is namelijk vaak kostbaar, storend voor de gebruikers van het gebied, verstorend voor het (bodem)leven op en rond de ondergrondse infrastructuur, en leidt doorgaans tot slopen en vervangen van overigens nog goed bruikbare materialen. Van belang is dus dat ingrepen zo veel mogelijk worden vermeden. Dat vereist een juiste maatvoering nu en mogelijkheden om relatief eenvoudig te kunnen aanpassen later.
Referenties
Koppeling met andere credits in dit Keurmerk
- - Stedenbouwkundig programma
- - Ruimtegebruik
- - Mobiliteit
- - Watergebruik