RO7 Mobiliteit
Uit DGBC Wiki
RO7 Mobiliteit | ||
|---|---|---|
| Categorie: Ruimtelijke ontwikkeling | Maximum aantal punten: 7 | Verplicht? Nee |
Doel van de credit
Een optimale invulling van de vervoers- (mensen), en transport-behoefte (producten) waarmee een maximale positieve impact op het gebied, de gebruikers en de omgeving wordt bereikt.
Toepassing
| Planfase | Realisatiefase | Beheerfase |
|---|---|---|
| √ | √ | √ |
Creditcriteria
Er kunnen maximaal 7 punten als volgt toegekend worden:
| Punten | Criterium |
| 2 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat de transport- en vervoersbehoeften van de gebiedsontwikkeling zijn geanalyseerd |
| 2 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat een Vervoersplan is opgesteld |
| 1 | Waar ontwikkelingen in de nabijheid van een goed OV-net gestimuleerd worden, waardoor transportgerelateerde emissies en files worden gereduceerd. |
| 1 | Waar ontwikkelingen in de nabijheid van lokale voorzieningen gestimuleerd worden, waardoor transportgerelateerde emissies en files worden gereduceerd. |
| 1 | Waar gebouwgebruikers gestimuleerd worden om middels alternatief vervoer, anders dan de eigen auto, naar en van het gebouw te reizen. |
Criteria-eisen
Het volgende toont aan dat wordt voldaan:
Eerste 2 punten:
De inventarisatie bevat:
1. Alle huidige en toekomstige vervoersbehoeften van het gebied
- ‘Huidig’ is direct na de ontwikkeling
- ‘Toekomstig’ is minimaal 10 jaar na gereed komen van de ontwikkeling
- De vervoersaansluitingen op de directe omgeving van het plangebied
- Transportpatronen- en bewegingen van huidige (bij herontwikkeling) en toekomstige gebruikers en producten / goederen
- Beschikbare vervoersmodaliteiten
- Bestaande OV-voorzieningen inclusief type OV, reistijden tot dichtstbijzijnde OV-punt en frequentie van OV-bewegingen en omstandigheden voor wachttijden
- Bereikbaarheid van voorzieningen zoals supermarkten, winkels, pinautomaten, kinderverblijven, scholen, postkantoren etc.
- Infrastructuur en faciliteiten voor voetgangers en fietsers in de omgeving.
- Beschikbare veilige voetgangers- en fietsdoorgangsroutes.
- Parkeermogelijkheden dat leidt tot het verminderen van het autogebruik.
Punten 3 en 4:
1. Het vervoersplan omvat een analyse van de specifieke locatie waarin in ieder geval zijn opgenomen:
- Analyse van transportpatronen- en bewegingen van huidige (bij herontwikkeling) en toekomstige gebruikers en producten / goederen
- Analyse van beschikbare vervoersmodaliteiten
- Analyse van bestaande OV-voorzieningen inclusief type OV, reistijden tot dichtstbijzijnde OV-punt en frequentie van OV-bewegingen en omstandigheden voor wachttijden
- Analyse van bereikbaarheid van centrale voorzieningen zoals supermarkten, winkels, pinautomaten, kinderverblijven, scholen, postkantoren etc.
- Analyse van infrastructuur en faciliteiten voor voetgangers en fietsers in de omgeving.
- Analyse van beschikbare veilige voetgangers- en fietsdoorgangsroutes.
- Analyse van parkeermogelijkheden dat leidt tot het verminderen van het autogebruik.
2. Het vervoersplan omvat een pakket aan maatregelen gericht op het beheren en beheersen van de transport- en vervoersbehoeften van en naar het gebied met als doel de mobiliteit te optimaliseren en de bereikbaarheid van het gebied te handhaven of te verbeteren. De maatregelen zijn gericht op de volgende aspecten:
- Afstemmen van de vraag naar vervoer op het aanbod van vervoer
- Voorkomen vervoer (bv. opname van flexplekken in het ontwerp voor telewerkers)
- Voorkomen van conventioneel autogebruik (bv. door goede voorzieningen voor fietsers en voetgangers, onderhandeling over verbeterd aanbod van OV, afleverservices, OV of carpool informatievoorzieningen in publieke ruimtes)
- Stimuleren duurzame vervoermiddelen en -systemen bv. laadpunten voor elektrische auto's, tankstation met alternatieve brandstoffen)
- Verbeteren van het gebruik van vervoermiddelen en –systemen (bv. voorkeursparkeerplaatsen voor carpoolers, auto’s op duurzame energie, autodaten e.d.)
3. Het vervoersplan omvat een plan van aanpak met daarin:
- Indeling naar maatregelen per vervoerwijze en mogelijke alternatieven.
- Uitvoeringsprogramma met fasering en planning van maatregelen.
- Kosten en baten.
- Randvoorwaarden en afspraken.
4. Het vervoersplan detailleert 1 tot 5 van de volgende maatregelen die beogen de invulling van de vervoersbehoefte optimaliseren:
- Afstemming van de vraag naar vervoer op het aanbod van vervoer
- Voorkomen vervoer
- Voorkomen van conventioneel autogebruik
- Stimuleren duurzame vervoermiddelen en -systemen
- Verbeteren van het gebruik van vervoermiddelen en –systemen
5. Het plan is opgesteld in overleg met en met instemming van de gemeente
Punt 5:
1. Als men vanaf de ingang van elk gebouw binnen een afstand van 1.000 meter via een veilige route een bushalte kan bereiken waarop de volgende dienstregeling naar het stadscentrum of een OV-knooppunt van toepassing is:
- a. Spitsuren halfuurdienst
- b. Buiten spitsuren en in het weekeinde uurdienst.
Punt 6:
1. Minimaal drie van de volgende voorzieningen moeten binnen een loopafstand van 500 meter aanwezig zijn vanaf de hoofdingang van het gebouw:
- Kantine of lunchroom;
- Supermarkt;
- Geldautomaat (PIN);
- Sportfaciliteit(en);
- Kinderopvang of crèche;
- Overige voorziening, minimaal een van de volgende: boekwinkel, kiosk, apotheek, drogisterij, kapper, fietsenmaker, stomerij, wekelijkse markt, bloemenzaak.
Punt 7:
1. De aanwezigheid van stallingplaatsen voor fietsen als volgt vastgesteld:
- 10% van het totaal aan gebouwgebruikers tot 500 gebruikers
- 7% van het totaal aantal gebouwgebruikers van 501 tot 1000 gebruikers EN
- 5% van het totaal aantal gebouwgebruikers meer dan 1000 gebruikers.
2. De fietsenstallingen dienen minimaal:
- Overdekt en afsluitbaar te zijn;
- de mogelijkheid te bieden om zowel het wiel als het frame van de fiets aan een geborgen object te bevestigen met een slot (b.v.: een stoeptegel met gleuf voor het fietswiel voldoet niet);
- voldoende verlicht zijn;
- ingang fietsenstalling duidelijk zichtbaar vanaf het gebouw (i.v.m. sociale veiligheid).
Aanvullingen op de criteria-eisen
Voor eerste twee punten:
refereer aan BREEAM-NL Nieuwbouw TRA 2 - Afstand tot basisvoorzieningen.
Voor punten 3 en 4:
refereer aan BREEAM-NL Nieuwbouw TRA 5 - Vervoerplan en Parkeerbeleid
Opmerking: met ‘refereer aan’ wordt hier bedoeld het adresseren van de eisen uit de betreffende Nieuwbouw-credits zonder dat het volledige bewijsmateriaal uit de Nieuwbouw-credits geleverd hoeft te worden.
Benodigd Bewijsmateriaal
Planfase
Eerste twee punten:
Eis 1t/m9:
- Kopie van de volledige inventarisatie.
Derde en vierde punt:
Eis 1 t/m 5
- Kopie van het vervoersplan, ondertekend door de gemeente
Punt 5:
Eis 1
Te overleggen:
Afstanden tot een treinstation, OV-halte en/of OV-knooppunt op een kaart op schaal met daarop aangegeven:
- Locatie gebouw en entree.
- Locatie type voorzieningen.
- Route en afstand tot de voorziening.
- Dienstregeling van (snel)bus, tram, metro en/of trein.
Punt 6:
Eis 1
Een kaart op schaal van de omgeving van het gebouw met daarop aangegeven:
- Locatie gebouw en entree;
- Locatie en type voorzieningen;
- Loop- en fietsroutes en afstand tot de voorzieningen.
Als de voorzieningen er nog niet werkelijk zijn, maar ontwikkeld worden, dient een brief van de ontwikkelaar aangeleverd te worden met daarin bevestigd:
- Locatie en type voorziening die ontwikkeld wordt;
- De planning, waarin staat wanneer de voorzieningen gerealiseerd zullen zijn.
Punt 7:
Eis 1 & 2
Situatietekening, ontwerptekeningen en/of een kopie van de specificatie, waarop staat aangegeven:
- de locatie van de fietsenstalling;
- aantal stallingplekken;
- type, afmetingen en indeling van de fietsenrekken;
- de materialen en constructies van de faciliteit;
- de verlichting van de faciliteit is conform daarvoor geldende regelgeving;
- gegevens aantallen gebouwgebruikers en/of gebruiksoppervlak.
Realisatiefase
Eerste twee punten:
Eis 1t/m9:
- Kopie van de volledige inventarisatie.
Derde en vierde punt:
Eis 1 t/m 5
- Documenten waaruit de implementatie van het plan blijkt, inclusief het bereiken (met onderbouwing) van de beoogde doelstellingen
Punt 5:
Eis 1
- Rapportage van de inspectie door de assessor met bewijsmateriaal/foto’s. Controle van afstanden tot openbaar vervoer zoals in de ontwerpfase. Daar waar wijzigingen hebben plaatsgevonden sinds de ontwerpfase, zijn volledige details van de wijzigingen nodig, die aantonen dat nog voldaan wordt.
Punt 6:
Eis 1
Rapportage van de inspectie door de assessor met bewijsmateriaal/foto’s van de voorzieningen. Als de voorzieningen er nog niet werkelijk zijn, maar nog ontwikkeld worden:
- Zie ontwerpfase.
Punt 7:
Eis 1 & 2
- Rapportage van een steekproefsgewijze inspectie van de assessor met fotografisch bewijs van de aanwezige voorzieningen.
Beheerfase
Eerste twee punten:
Eis 1t/m9:
- Analyse van de huidige situatie
Derde en vierde punt:
Eis 1 t/m 5
- Een plan voor aanpassingen op basis van de analyse
OF
- Documenten waaruit de implementatie van het aangepaste plan blijkt, inclusief het bereiken (met onderbouwing) van de beoogde doelstellingen
Punt 5, 6 en 7:
Alle eisen:
- Rapportage van de inspectie door de assessor met bewijsmateriaal/foto’s van de voorzieningen.
Definities
- Gebruikers van het gebied
- Onder gebruikers worden ook verstaan bezoekers en passanten.
- Denk bij vervoersystemen en transportmodaliteiten aan
- (Vracht)auto,
- Bus, trein, tram, metro,
- Water,
- Fiets,
- Motor, brommer, scooter,
- Voetgangers.
Aanvullende informatie
Binnen dit credit zijn punten te behalen voor de analyse van transport/vervoersbehoefte en de uitwerking van een plan dat rekening houdt met de uitkomsten van deze analyse.
Het gaat bij optimaliseren van mobiliteit niet per definitie over het terugdringen van mobiliteit. Integendeel, mobiliteit is van groot belang voor het goed functioneren van een gebied. Optimaliseren houdt in dat de negatieve effecten van mobiliteit (zoals uitstoot van emissies, maar ook overlast en onveilige situaties) zo beperkt mogelijk zijn. Toename van mobiliteit door middel van schone vervoerssystemen zou binnen deze credit geen probleem zijn. De overige negatieve effecten van mobiliteit komen aan bod in onder andere Welzijn (omgevingsbeleving).
Referenties
- STREAM Studie naar TRansport Emissies van Alle Modaliteiten; L.C. (Eelco) den Boer, F.P.E. (Femke) Brouwer, H.P. (Huib) van Essen
- Energiegebruik en emissies per vervoerwijze; RMM van den Brink, GP van Wee.
Koppeling met andere credits in dit Keurmerk
Welzijn en Welvaart
Koppeling met andere keurmerken
Koppeling met BREEAM-NL Nieuwbouw:
BREEAM-NL Nieuwbouw: TRA 1 - 7
Indien de punten 3 en 4 zijn behaald is dit tevens het benodigde bewijs voor BREEAM-NL Nieuwbouw TRA 5.
Koppeling met BREEAM-NL Bestaande bouw: