RO6 Biotische natuur
Uit DGBC Wiki
RO6 Biotische natuur | ||
|---|---|---|
| Categorie: Ruimtelijke ontwikkeling | Maximum aantal punten: 4 | Verplicht? Nee |
Doel van de credit
Behouden en waar mogelijk versterken van de ecologische waarden, zodat optimaal medegebruik van aanwezige en bezoekende soorten mogelijk is.
Toepassing
| Planfase | Realisatiefase | Beheerfase |
|---|---|---|
| √ | √ | √ |
Creditcriteria
Er kunnen maximaal 4 punten als volgt toegekend worden:
| Punten | Criterium |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat de biotische natuur is geïnventariseerd en gewaardeerd. (inventariseren) |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat de biotische natuur binnen het gebied wordt behouden, dan wel onderbouwd wordt verwijderd. |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat de omstandigheden voor beschermde en/of Rode Lijst soorten lokaal (gebiedsgrens) worden geoptimaliseerd. (optimaliseren) |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat (beleidsmatig vastgelegde) bijzondere of zeldzame natuur(waarden) op regionale schaal (systeemgrens) worden versterkt (versterken) |
Criteria-eisen
Het volgende toont aan dat wordt voldaan:
Eerste punt:
1. Vóór aanvang van de bouwactiviteiten/het bouwrijp maken stelt een erkend ecoloog een natuurrapportage op waarin het plangebied wordt beschreven op basis van een bureauonderzoek en veldbezoek en indien noodzakelijk een inventarisatie in het veld. Dit betekent dat:
- De aanwezige plant- en diersoorten zijn geïnventariseerd.
- Het potentieel voor plant- en diersoorten van het plangebied in beeld is gebracht, waarbij dit potentieel is gerelateerd aan de systeemgrens (regionale ligging) van het gebied.
- De effecten van de werkzaamheden op de aanwezigheid en het gebruik door planten- en diersoorten is in beeld gebracht. Onderdeel van de natuurrapportage is een ecologisch werkprotocol waarin wordt aangegeven hoe de ontwikkelaar het project kan realiseren met minimale of geen schade aan de flora en fauna. LET OP: hierbij is het uitgangspunt om de ontwikkeling wel te realiseren, maar met minimale verstoring aan de flora en fauna.
- De ontwikkelaar informeert de bouwvakkers hoe het ecologische werkprotocol geïmplementeerd dient te worden.
2. Er wordt voldaan aan de verplichtingen uit de Europese, nationale, provinciale en lokale wet- en regelgeving op het gebied van natuur (Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet, Boswet en het Provinciaal compensatiebeginsel). Dit wordt door de erkend ecoloog bevestigd. Een erkend ecoloog heeft gedurende het bouwproces vastgesteld dat volgens het werkprotocol en (de specifieke voorwaarden van) een eventueel afgegeven ontheffing gewerkt wordt en stelt hierover na oplevering een verklaring van op.
Tweede punt:
Eerste punt is behaald, en
- Een haalbaarheidsonderzoek is gedaan, in overleg met relevante stakeholders, naar de mogelijkheid tot behoud of conservering van de aanwezige flora en fauna. De haalbaarheid wordt op gebiedsniveau en indien relevant op het niveau van de systeemgrens (gebiedsoverstijgend) bepaald.
- Indien is gekozen voor niet behouden van de geïnventariseerde natuurhistorische waardes dienen deze te worden gedocumenteerd.
- De resultaten van het haalbaarheidsonderzoek dienen voor het publiek te worden ontsloten.
Derde punt:
Het eerste punt is behaald, en
- In de natuurrapportage is een paragraaf opgenomen waarin aanbevelingen staan om het duurzame medegebruik van beschermde en/of Rode Lijst soorten te stimuleren, bovenop de maatregelen die wettelijk uitgevoerd moeten worden. Dit wordt gerealiseerd door voor plant- en diersoorten de geschikte omstandigheden te creëren, oftewel een geschikte habitat te creëren en op de juiste manier te beheren. In de natuurrapportage wordt vastgelegd welke (combinatie van) maatregelen voldoende zijn om het punt te behalen (inclusief onderbouwing).
- De ecoloog stelt na voltooiing van de ontwikkeling een verklaring op dat maatregelen zijn genomen waardoor beschermde en/of Rode Lijst soorten lokaal worden geoptimaliseerd (conform advies in natuurrapportage).
Vierde punt:
Het eerste punt is behaald, en:
- In de natuurrapportage is een paragraaf opgenomen waarin aanbevelingen staan om bij te dragen aan versterking van de ecologische waarden op regionale schaal, bovenop maatregelen die wettelijk uitgevoerd moeten worden. Dit wordt gerealiseerd door inrichtings- en beheermaatregelen uit te voeren. Voor het behalen van dit punt is maatwerk nodig op lokaal niveau, en de inschatting dient door een onafhankelijk en erkend ecoloog gemaakt te worden. In de natuurrapportage wordt vastgelegd welke (combinatie van) maatregelen voldoende zijn om een punt te behalen.
- De ecoloog zal na voltooiing van het bouwproject een verklaring opstellen of voldoende maatregelen getroffen zijn om de (beleidsmatig vastgelegde) bijzondere of zeldzame natuur(waarden) op regionale schaal (systeemgrens) te versterken (conform advies in de natuurrapportage).
Aanvullingen op de criteria-eisen
Eerste punt:
- Uit de inventarisatie moet naar voren komen welke planten en diersoorten er aanwezig zijn in het plangebied, maar ook welke potentieel aanwezig is op systeemniveau. Een ontwikkellocatie nabij de duinen kan potentieel van waarde zijn voor plant- en/of diersoorten van duinsystemen.
- Het eerste punt kan uitsluitend worden behaald als voldaan wordt aan de wettelijke verplichtingen (waaronder de zorgplicht uit de Flora- en faunawet).
(Her)introductie van soorten:
- (Her)introductie van plantensoorten (zaaien, aanplanten) is uitsluitend toegestaan als de soort in de regio voorkomt en er wordt voldaan aan de voorwaarden die de soort stelt aan zijn groeiplaats.
- (Her)introductie van diersoorten (uitzetten) is onwenselijk. Door de juiste voorwaarden te scheppen worden de kansen vergroot dat soorten zich (uiteindelijk) vestigen in het plangebied.
De natuurrrapportage bestaat uit de volgende onderdelen:
- - In de natuurrapportage is vastgelegd dat de werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een erkend ecoloog.
- - Door het nemen van inrichtingsmaatregelen worden voorwaarden gecreeërd voor soorten; de uiteindelijke aanwezigheid van soorten hangt ook in grote mate af van het gevoerde beheer. Daarom dienen in de natuurrapportage aanbevelingen te staan voor inrichtings- èn beheermaatregelen.
- - Omdat het gaat om een voorspelling van toekomstig duurzaam gebruik, dient onderbouwd te worden waarom de maatregelen naar verwachting succesvol zijn.
Benodigd Bewijsmateriaal
Planfase
Eerste punt:
Eis 1
- Een kopie van een opgestelde rapportage (natuurrapportage) met daarin:
- Ecologische beschrijving van het (potentieel van het) plangebied.
- Overzicht van de mogelijke effecten van de bouwwerkzaamheden op de lokale biotische natuur.
Eis 2
- Een werkprotocol met daarin instructies voor de uitvoerders om mogelijke negatieve effecten te mitigeren/voorkomen.
Tweede punt:
Eis 1
- Een haalbaarheidsonderzoek, opgesteld volgens de huidige ‘best practices’. Het onderzoek omvat ten minste:
- De bij het onderzoek betrokken personen en instanties.
- De onderzochte mogelijkheden tot behoud of conservering inclusief de onderbouwde uitkomsten.
- Een bevestiging van akkoord op het haalbaarheidsonderzoek door een bevoegde overheidsinstantie.
Eis 2
- Een omschrijving van de wijze waarop de natuurhistorische waardes die niet worden behouden zullen worden gedocumenteerd voor het nageslacht, voorzien van een schriftelijk akkoord door een lokale, regionale of nationale instantie die zeggenschap heeft over de betreffende natuurhistorische waardes. Dit hoeft geen overheidsinstantie te zijn; een (semi-)private instelling kan door bijvoorbeeld zijn positie, eigen historie of opgebouwd gezag ook erkend zijn als een instantie met zeggenschap.
Eis 3
- Bewijs, dan wel een door de opdrachtgever geschreven commitment, van de wijze waarop de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek is of zal worden ontsloten voor het publiek.
Derde en vierde punt:
Eisen 1 en 2
- Een kopie van de opgestelde rapportage (natuurrapportage) met daarin
- Aanbevelingen voor het creëren van ecologische meerwaarde.
- Een brief waarin de ontwikkelaar aangeeft welke aanbevelingen van de ecoloog zullen worden overgenomen en uitgevoerd (inrichtings- èn beheermaatregelen).
Realisatiefase
Alle criteria:
Eis 1
- Het bewijsmateriaal is gelijk aan de Planfase. Indien wijzigingen hebben plaatsgevonden dan dient de natuurrapportage te worden aangepast en opnieuw aangeleverd.
Eis 2
- Een erkend ecoloog stelt gedurende het bouwproces vast dat volgens het werkprotocol en (de specifieke voorwaarden van) een eventueel afgegeven ontheffing gewerkt wordt en stelt hierover een verklaring op.
Beheerfase
Eerste twee punten:
Eis 1
- Het bewijsmateriaal is gelijk aan de Planfase.Indien wijzigingen hebben plaatsgevonden dan dient de natuurrapportage te worden aangepast en opnieuw aangeleverd.
Eis 2
- Verklaring van ecoloog waarin hij bevestigt en onderbouwd dat de werkzaamheden volgens het ecologisch werkprotocol zijn uitgevoerd.
Derde en vierde punt:
Eis 1
- Het bewijs voor deze eisen is gelijk aan het bewijs van de ontwerpfase.
Eis 2
- Verklaring waarin na voltooiing van het project de ecoloog bevestigd dat de maatregelen zijn uitgevoerd die de ontwikkelaar heeft aangegeven in de brief (zie bewijs planfase).
Eis 3
- Eigenaar/Beheerder van plangebied bevestigd dat het beheer wordt uitgevoerd zoals voorgesteld in de natuurrapportage (passend bij de genomen inrichtingsmaatregelen)
- Eigenaar/Beheerder van plangebied bevestigd dat het beheer wordt uitgevoerd zoals voorgesteld in de natuurrapportage (passend bij de genomen inrichtingsmaatregelen)
Definities
- Ecologie
- Verhouding van planten en dieren ten opzichte van elkaar en hun omgeving
- Biodiversiteit
- De verscheidenheid aan soorten en soortexemplaren binnen een welbepaald gebied.
- Biotische natuur
- Alle levende organismen
- Ecologisch werkprotocol
- Een document dat tijdens de uitvoer van het bouwproject instructies biedt aan de uitvoerder om planten en dieren te ontzien, én om de eventuele maatregelen ten behoeve van ecologie op een goede manier uit te voeren. Een ecologisch werkprotocol biedt hiertoe zeer concrete maatregelen. Een ecologisch werkprotocol is, indien beschikbaar, gebaseerd op een door het ministerie van EL&I erkende 'gedragscode'. Een ecologisch werkprotocol heeft tot doel te voldoen aan de zorgplicht (artikel 2 van de Flora- en faunawet) en verplichtingen uit de Natuurbeschermingswet, en het beschrijven van maatregelen ter voorkoming van verstoring van zwaarder beschermde soorten (tabel 2 en 3 van de Flora- en faunawet en eventueel rode lijst soorten en overige zeldzame soorten.
- Erkend ecoloog
- Voor de definitie van een erkend ecoloog gaat DGBC uit van de definitie die de Dienst Regelingen (de dienst van het ministerie van EL&I dat ontheffingen verleent met betrekking tot de Flora- en faunawet) hanteert.
- Een erkend ecoloog is een persoon die:
- op hbo-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie EN/OF
- als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het netwerk Groene Bureaus EN/OF
- zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals Das en Boom, VZZ, RAVON, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, VOFF, SOVON, etc.).
- Natuurrapportage
- Een door een ecoloog opgestelde rapportage, waarin alle relevante ecologische informatie rond de gebiedsontwikkeling is vastgelegd. Dit document wordt opgesteld en bijgewerkt gedurende het gehele bouwproces door een erkend ecoloog, van locatiekeuze tot beheer van de groene ruimte.
- Systeemgrens
- De systeemgrens betreft het plangebied inclusief het omliggende gebied met bronnen, stromen en voorzieningen waar het plangebied gebruik van maakt of een relatie mee heeft.
- Voorbeelden:
- In het plangebied kunnen mogelijkheden zijn voor uilen om voedsel te zoeken, maar er zijn in het plangebied biedt geen geschikte mogelijkheden voor de uil om te broeden. Deze broedgelegenheid is echter wel in de omgeving van het plangebied aanwezig (het plangebied valt in het territorium van de uil).
- Het water in het plangebied maakt onderdeel uit van een stroomgebied. De waterkwaliteit van de watergangen en dus ook de (potentieel) aanwezige natte natuur in het plangebied is onder andere afhankelijk van de situatie stroomopwaarts.
- De plaatsing van windmolens op een trekroute van ganzen kan invloed hebben op de reproductie van de ganzen, ook al broeden zij niet in het plangebied zelf.
- Zorgplicht
- De zorgplicht houdt in dat menselijk handelen geen nadelige gevolgen voor de flora en fauna mag hebben. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. In het geval van beschermde planten of dieren geldt de zorgplicht ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht voor dieren betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, met zo min mogelijk lijden gepaard gaat (ministerie van EL&I).
Aanvullende informatie
Ecologische waarden (natuurwaarden) Ecologische waarden zijn waarden op het gebied van ecologie (natuur). Hieronder vallen onder andere beschermde soorten en soorten van Rode Lijsten, maar ook ecologische structuren zoals bomenrijen, natuurvriendelijke oevers en heidevelden (waarbij de bijbehorende doeltypen eventueel zijn vastgelegd in doelstellingen voor Natura 2000-gebieden, (P)EHS of stedelijke/regionale groenstructuren).
Voorbeelden van inrichtings- en beheermaatregelen zijn: Voor het derde punt:
- aanleggen en onderhouden van poelen, natuurvriendelijke oevers, waterpartijen
- aanbrengen van voorzieningen voor Gierzwaluw (gierzwaluwpannen), vleermuizen (openstootvoegen, ruimtes achter betimmering, of inmetselstenen/hout-betonkasten), Huismus (opening onder dakranden, of Huismuspotten)
- inpassing van bestaande bomenrijen, waardevolle bomen, heideveldjes, botanische hotspots in het ontwerp
- inzaaien en onderhouden van bloemrijk gras
Voor het vierde punt:
- aantakken op of realiseren van ecologische verbindingszone (EHS) met bijvoorbeeld struweel, bloemrijk gras en natuurvriendelijke oevers ten behoeve van vogels, vlinders en amfibieën.
- Aansluiten bomenrijen op bestaande bomenrijen in (vastgelegde) bomenstructuur (stedelijke of landelijke groenstructuur)
- Behouden of aanleggen en onderhouden van bos- of heidegebieden aansluitend aan Natura 2000-gebied
Referenties
Relevante wet- en regelgeving
- Flora- en faunawet (bescherming van inheemse plant- en diersoorten).
- Natuurbeschermingswet (bescherming van gebieden met specifieke waarde voor de Nederlandse natuur, zie http://www.rijksoverheid.nl/
De Wet Ruimtelijke Ordening verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan. In het bestemmingsplan worden ook natuurgebieden begrensd. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel dient, bij het vaststellen van een bestemmingsplan(wijziging), onderzocht te worden of er geen andere wetgeving met dit besluit conflicteert. Dit betekent dat er een onderzoek naar flora en fauna zal moeten plaatsvinden, om te controleren of er geen wetsartikelen uit de natuurwetgeving overtreden worden.
- Ecologische Hoofdstructuur
- Streekplan
Ministerie van EL&I voor informatie over de Nederlandse natuurwetgeving. http://www.rijksoverheid.nl/ – DR Loket
- De Flora- en faunawet (2002): beschermen en in stand houden van inheemse plant- en diersoorten.
- De Natuurbeschermingswet (1998 – in werking vanaf 2005) – doel: bijzondere natuurgebieden beschermen en in stand houden.
Relevante links:
- Op de website http://www.natuurloket.nl/ krijgt u inzicht in de aanwezigheid van beschermde soorten en informatie over de wettelijke bepalingen waaronder deze dieren en planten vallen.
- Netwerk Groene Bureaus: voor het vinden van een erkend ecoloog. http://www.netwerkgroenebureaus.nl/
Koppeling met andere credits in dit Keurmerk
SYN1 Gebiedskenmerken en ruime context:
De locatiekeuze bepaalt in grote mate de (potentieel) aanwezige biotische natuur.
RO2 Ruimtegebruik:
De locatiekeuze voor ontwikkeling binnen/buiten bebouwde kom op (on)bebouwd terrein wordt in Ruimtegebruik (RO2) gewaardeerd. De locatiekeuze bepaalt wel in grote mate de (potentieel) aanwezige biotische natuur. Door in een vroeg stadium een goed beeld te hebben van de ecologie in het plangebied, kan in het ontwerp de hotspots en kansen voor biotische natuur goed worden ingepast.
RO4 Abiotische structuren:
Abiotische structuren vormen de habitat (voorwaarde) voor de aanwezige ecologie (biotische natuur).
WEL4 Omgevingsbeleving:
De beleving van de omgeving hangt onder andere af van het aanwezige groen (biotische natuur).
KLI4 Waterkwaliteit:
De waterkwaliteit van oppervlaktewater vormt een voorwaarde voor de (potentieel) aanwezige biotische natuur.
Koppeling met andere keurmerken
Koppeling met BREEAM-NL Nieuwbouw:
Koppeling met BREEAM-NL Bestaande bouw:
