Overleg:Pol 5 Gebouwbescherming bij overstromingen

Uit DGBC Wiki

Ga naar: navigatie, zoeken
Marcel van Dorst (07-12 -2009); contact
marcel@waterid.nl:

Pol 5 valt onder vervuiling. Ik kom in de beoordeling alleen niets tegen dat getoetst wordt aan of chemicaliën(tanks) boven de hoogste waterstand staan oid gebruik van uitlogende materialen door regen. Op deze manier geef je duidelijker aan dat hoge waterstanden en af te voeren regenwater vervuiling kunnen veroorzaken.

Om spraakverwarringen te voorkomen. In de wereld van het waterbeheer spreekt men van wateroverlast ([1]) als het gaat om het teveel aan regenwater tijdig niet afgevoerd kan worden door het watersysteem en water op de straat komt te staan of door stijgende grondwaterspiegel (zie ook [2]). Om verwarring met overstromingen te voorkomen spreekt men hier vaak over inundatie.

In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW; [3]; juli 2003; ) is afgesproken om het regionale watersysteem “op orde” te brengen voor wateroverlast, uiterlijk in 2015. Om te toetsen wat “op orde” betekent zijn in het NBW werknormen opgenomen: voor verschillende vormen van landgebruik is aangegeven hoe groot de kans op wateroverlast maximaal mag zijn (uitgedrukt in kans per jaar). De werknormen zijn (zie voor detailuitleg (incl werknormen) bijlage 2 van de NBW): - bebouwd gebied: 1:100 „„- hoogwaardige land- en tuinbouw: 1:50 „„- akkerbouw: 1:25 „„- grasland: 1:10 Voor andere vormen van landgebruik zoals natuur is geen vooropgestelde werknorm, maar deze zou desgewenst lokaal bepaald kunnen worden. De provincie mag in overleg met de waterschappen besluiten af te wijken van de werknormen. Een definitieve, geldende normering wordt dus niet landelijk maar in de regio vastgesteld. Aan deze normen moet de gemeente en het waterschap gezamenlijk voldoen. Om dit voor elkaar te krijgen en afstemming te zoeken hebben de meeste gemeenten een gemeentelijk waterplan geschreven.

Een handige wet voor nieuwbouw is de wet gemeentelijke watertaken, waarin het afvoer van hemelwater is geregeld (ook een duurzame benadering) en zeker handig om hierin mee te nemen: [4] Bij bestaande bouw geldt de gemeentelijke zorgplicht. Deze wet is ook opgenomen in de nieuwe Waterwet.

Daarnaast spreekt men in Nederland van overstroming als een waterkering breekt. Dit kunnen primaire waterkeringen zijn maar ook regionale waterkeringen (o.a. boezemkaden); Primaire waterkeringen zijn dit de Hydraulische randvoorwaarden opgenomen in de nieuwe Waterwet: [5] Invoering waarschijnlijk wet eind december. Deze hydraulische randvoorwaarden zijn nu ook al geldig vanuit de Wet op de watekering uit 1995

Deze waterkeringen worden om de 6 jaar getoetst om te zien of ze voldoen aan de norm (overschrijdingskans = geen overstromingskans) [6]

Er wordt in Nederland wel gewerkt aan een overstromingskans met het project VNK (nu in fase 2: [7]. Deze is waarschijnlijk eind 2011 afgerond, maar nog niet zeker of dit wordt geïmplementeerd.

In het van de Europese hoogwaterrichtlijn zullen nog een aantal kaarten komen. De richtlijn moet uiterlijk in 2009 in nationale wetgeving zijn omgezet (nieuwe Waterwat). Daarna wordt de implementatie van de richtlijn per stroomgebied verder uitgewerkt. De eerste inventarisaties voor overstromingsgevaar in uiterwaarden en kustgebieden moeten in 2011 klaar zijn en gebieden met verhoogd overstromingsrisico moeten in 2013 in kaart gebracht zijn. In 2015 zijn de stroomgebiedsbeheerplannen v ontwikkeld zijn en in werking getreden [8].

Wel zijn er al inundatiekaarten beschikbaar die aangegeven wat de maximale overstromingsdiepte is bij een dijkdoorbraak. Deze zijn in te zien via risicokaart.nl (in legenda bij overstromingen). Je kunt met deze kaarten bekijken of gevoelige objecten als ziekenhuizen, scholen, brandweerkazernes niet gebouwd worden in de diepste punten zodat deze niet meer bereikbaar zijn tijdens een dijkdoorbraak en overstroming.

Daarnaast wordt sinds kort ook rekening gehouden met een normering voor regionale waterkeringen (overschrijdingskans). Deze vallen onder de provincie (provinciale verordening); [9] Voor o.a. west-nederland zijn deze normen te vinden op: [10]

Sommige veiligheidsregios hebben tav overstromingen rampenbestrijdingsplannen opgesteld zo ook utrecht [11]

Daarnaast heeft iedere gemeente in het bestemmingsplan vastgelegd wat het oppervlakte bebouwd mag zijn (in relatie tot het af te voeren hemelwater). De gemeente is verplicht dit af te voeren regenwater te ontvangen (ook in nieuwe waterwet).

Andere belangrijke instrumenten mbt Ruimtelijke Ordening en Water (meer bij duurzame gebiedsontwikkeling, omdat het gaat om bestemmingsplannen en niet specifiek gebouwen): Wij hebben in Nederland een belangrijk instrument om water duurzaam te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Deze heet de watertoets. Meer hierover: [12]

Onderdeel van de watertoets is de Waterparagraaf: De waterparagraaf is een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit en beschrijft de uitwerking hiervan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. De waterparagraaf is de plek waar, naast een beschrijving van de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit, het wateradvies en de gemaakte afwegingen expliciet en toetsbaar een plaats krijgen.

Ik zou in deze pol ook een link maken met materiaal gebruik, waarbij er materialen worden gebruikt die niet uitlogen door regen (bijv. uitlogende zinken regengoten). Directe link met vervuiling en duurzaamheid. Daarnaast een koppeling met waterhoogte en installaties die vervuiling kunnen veroorzaken.


Steven de Boer

Of een credit van toepassing is op de 5 gebouwtypen heb ik overgenomen uit de info die al op de wiki stond.

Bij Pol 5 zijn er opmerkingen gemaakt over de beoordeling van het risico van wateroverlast. Uit de toevoegingen vanuit de Klankbordgroep heb ik punt a overgenomen (de normen voor overstromingen in NL) maar niet punt b (Mogelijke opties om overstroming te voorkomen) omdat de credit geen maatregelen beschrijft. De originele tekst uit de credit heb ik laten staan en aangevuld met de NL normen. Verder heeft de Klankbordgroep zich afgevraagd hoe omgegaan moet worden met drijvende woningen. De engelse credit gaat hier niet op in en in deze vertaling komt dit ook niet terug. Volgens mij is het niet nodig; je kan dezelfde eisen stellen aan een drijvende als aan een vaste woning (bijvoorbeeld beide moeten een veilige toegang hebben, ook in geval van een overstroming).

Het enige punt van twijfel over hoeveel aanvulling nodig is, is bij de definitie van een Wateroverlastgebied, waar wordt uitgegaan van overstromingen uit zee of rivieren. Er staat een manier om te bepalen of het risico laag of hoog is, afhankelijk van de overstromingskans. Hier zou de kans op teveel regenwater aan toegevoegd moeten worden, maar Nederland heeft voor zover ik weet geen norm om te zien om de kans op regenwateroverlast te bepalen. Het waterschap moet het land “gewoon” droog houden, de norm voor bebouwd gebied is in heel Nederland hetzelfde en maakt het dus niet mogelijk om een laag of hoog risico te onderscheiden.

De engelse teksten heb ik vertaald, maar inhoudelijk sta ik niet overal achter. Voorbeelden:

De opmaak is misschien nog niet overal volgens de wiki-opmaakregels, graag een reactie als ik hier nog meer aandacht aan moet besteden.


Advisory group opmerkingen

Hoe ga je om met drijvende woning (zou ook een credit moeten zijn). Uitzoeken of floodrisk indeling in Nederland gelijk is. (zowel zee als rivier gevaar) "

BRE comments Refer to suggested approach in BREEAM Europe 2008. With regards to residential projects different requirements may be more appropriate. Refer to Code for Sustainable Homes (Sur 1 & 2) for further information."


Opmerkingen Michiel Haas: Pol 5 : Flood Risk

1. Eis vanuit de wet

Ik heb niet veel kunnen vinden wat er vanuit de wet geëist wordt. Wel is er de watertoets. “Het doel van de watertoets is dat de waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar en evenwichtig worden meegenomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen of besluiten, bijvoorbeeld voor stedenbouw of infrastructuur. Het gaat daarbij niet alleen om beperking van wateroverlast maar ook om watertekort en waterkwaliteit. De watertoets is sinds 1 november 2003 ook wettelijk verplicht voor streekplannen, streekplanuitwerkingen, regionale en gemeentelijke structuurplannen, bestemmingsplannen en voor vrijstellingen op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.”

Wat dit verder betekent wat gezien de wet wel en niet mag, is mij (nog) niet duidelijk geworden.

2. Credits BREEAM

Verminderingsrisico overstroming

a. Ontwikkeling aanmoedigen waar kans op overstroming klein is. [BREEAM_Europe_Offices_2008.pdf]

Hiermee kunnen 2 credits verkregen worden.

(Waar aantoonbaar is gemaakt dat het beoordeelde bouwproject in een zone ligt dat gedefinieerd is als een gebied met jaarlijks een lage kans op overstroming = 1,82 punten [2008-05 DGBC Breeam vertaling van BREEAM 2006 Ecofus.xls])


Welke veiligheidsnormen kent Nederland?

De waterkeringen in Nederland moeten voldoen aan veiligheidsnormen. Deze normen baseren we op de adviezen van de Deltacommissie over de optimale overstromingskans. Op basis van een kosten-batenanalyse stelt de commissie deze op één op 125.000 per jaar. Door gebrek aan kennis over onder andere het effect van de sterkte van de kering en het dijkvak, kunnen we overstromingskansen in de praktijk echter niet toetsen. Daarom houden we niet een overstromingskans aan, maar een overschrijdingskans. De commissie beredeneert wat de maximale waterstand is, waartegen een waterkering bestand moet zijn. Voor iedere dijkring is de overschrijdingskans in de Wet op de waterkering vastgelegd. We hanteren deze veiligheidsnormen sinds de watersnoodramp in 1953.

De normen voor overschrijdingskansen per regio per jaar

1/250 Dijkringen langs de Maas en ten zuiden van Nijmegen

1/1.250 Rivieren

1/2.000 Overgangsgebieden tussen kust, rivier en Waddeneilanden

1/4.000 Delta, Noord Nederland, Texel en IJselmeergebied

1/10.000 Hollandse kust

http://www.platformoverstromingen.nl/nieuwe-inhoud-op-de-site/faq#idmSjSqZWC7DWsMBPYPV2MMg


b. Waar kans op overstroming middelmatig of hoog is maatregelen nemen. [BREEAM_Europe_Offices_2008.pdf]

(Waar aantoonbaar is gemaakt dat het beoordeelde bouwproject in een zone ligt dat gedefinieerd is als een gebied met jaarlijks een gemiddelde kans op overstroming en de begane grond, parkeerplaats en toegang boven de verwachte hoogste waterstand liggen voor deze locatie = 0,91 punten. [2008-05 DGBC Breeam vertaling van BREEAM 2006 Ecofus.xls])

Mogelijke opties om overstroming te voorkomen (afkomstig uit boek “tegenhouden of meebewegen”)

A1 Waterkering

- natuurlijke waterkering

- dam

- superdijk

- dijk

- compartimentering

- keermuur/keerwand

- kade

- gebouw als kering


A2 Ophoging

- natuurlijke hoge delen

- aanplemping

- kunstmatig eiland

- maaiveldverhoging

- terp

- bouwen op palen

A3 Berging

- natuurlijke waterbuffer

- kunstmatige waterbuffer

- vloedvlakte

- hoogwatergeul

- uiterwaardevergroting

- meestromen in de openbare ruimte

B1 Aanpassingen aan het individuele gebouw

- kunstmatig eiland

- aanplemping

- maaiveldverhoging


B2 Meebewegen met water

- boten

- drijvende gebouwen

- amfibische gebouwen

- pontons

B3 Regelgeving

- voorschriften

- risicozonering

- kostendrager


B4 Evacuatie

- vluchtplaatsen

- vluchtwegen


B5 Communicatie

- crisiscommunicatie

- risicokaarten


(zie ook figuren die hierbij horen (beschikbaar bij DGMR, NIBE en DGBC)


Ik heb bovenstaande overwegingen (nog) niet vergeleken met de credit criteria in de BREEAM.



Hoofdpagina

Vervuiling

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Direct naar
Creditsjablonen
Hulpmiddelen
Overig
Boek maken