Overleg:Mat 3 Hergebruik van gebouwgevel

Uit DGBC Wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

4e klankbordgroepvergadering

Een voorstel om credit Mat 3 en mat4 te laten vervallen en op te laten gaan in Mat1 staat onder overleg bij Mat1. Besloten is om voorlopig de credit te handhaven. Zie ook overleg bij Mat1

In de vergadering is in groepjes naar de bewijslast van de credit gekeken. Deze is aangescherpt.


3e klankbordgroepvergadering

Gewoon vertalen van de credit is akkoord.


Wat zijn "Party walls" ?? David (WE): scheidingswanden (niet dragende binnenwanden)


René: (voor zowel Mat 3 als Mat 4)

Voorstel is om credit te handhaven, voorlopig

In principe is hergebruik van gevel, casco en/of inbouw onderdeel van een materiaal (LCA) beoordeling van een gebouw zoals voorgesteld bij Mat 1,2 en 6 (alleen 1e punt). Zowel in de afspraken over harmonisatie, als in GPR en de protocollen bij GreenCalc+ is hierin nog geen eenheid. Daarom willen we er voorlopig van afzien om de punten voor credit 3 en 4 over te hevelen naar de totale materiaalbeoordeling voor het gebouw.

Randvoorwaarde voor deze benadering is dat de materiaal (LCA) beoordeling moet plaatsvinden op basis van volledige nieuwbouw, ook indien er sprake is van renovatie of herinrichting met behoud van (een deel van) gevel, casco en/of inbouw. Anders treedt er dubbeltelling op bij de verschillende materiaalcredits.

In de toekomst, bij voldoende geharmoniseerde afspraken over hergebruik van materialen/casco/inbouw en bijbehorende afschrijvingsmethoden, kunnen de hergebruikscredits vervallen en de materiaal (LCA) beoordeling zwaarder gaan wegen.

Naast hergebruik van gevel en casco zou inbouw (plafonds, binnenwanden en eventuele systeemvloeren) een zinvolle uitbreiding zijn van de hergebruik criteria. Voorstel is dan ook om Parallel aan Mat 3 en Mat 4 een nieuwe criterium op te stellen voor hergebruik van inbouwmaterialen.

Voorstel voor aanpassing criteria eisen

Bij de criteria eisen staat nu 50% van het oppervlak en vervolgens 80 massa% van de desbetreffende gebouwdelen. Voor de credit moet dus 40 massa% van de bestaande gevel in situ hergebruikt worden. De beoordeling zou eenvoudiger worden door als enige eis vast te houden aan tenminste 40 massa%; hierdoor neemt de flexibiliteit toe: theoretisch kan op deze manier ook aan de credit worden voldaan door 80% van de binnenspouwbladen te hergebruiken. Op grond van de BREEAM international eisen levert dat momenteel geen punten op terwijl de milieuwinst vergelijkbaar is.


Advisory group opmerkingen

Kanttekening: het kan ook een negatief effect hebben, wat zijn de consequenties?

Credit gaat om hergebruik van gevel op de plek waar bij staat.

BRE comments

Refer to suggested approach in BREEAM Europe 2008

Hoofdpagina

Materialen

[bewerken] Reactie David Anink (W/E adviseurs)

Tijdens het harmonisatieproject is wel degelijk een benadering voor de bestaande bouw geformuleerd (zie passage hieronder). De benadering is echter nog niet vertaald in rekenregels (dit is wel gebeurd voor GPR Gebouw, versie 4.0, waarin de benadering al is opgenomen). Vanwege het nog ontbreken van 'geharmoniseerde' rekenregels kan ik me vinden in het voorstel om voorlopig de BREEAM-benadering te hanteren.

In GPR Gebouw 4.0 zijn de rekenregels dusdanig dat nieuwbouw, bestaande bouw en renovatie volgens dezelfde set rekenregels worden berekend. Immers, op het moment dat nieuwbouw wordt opgeleverd is het direct bestaande bouw geworden. Als er een vergelijkbare set 'geharmoniseerde' rekenregels beschikbaar komt, dan geldt credit 1 voor elke situatie (nieuw, of bestaand) en kunnen credit 3 en 4 vervallen. Voordeel is ook dat dan alle gebouwdelen op hergebruik kunnen worden gewaardeerd en niet alleen het casco en de gevel (zie opmerking René over extra credit voor hergebruik inbouw). Ik ben het trouwens eens met de door René voorgestelde aanpassing van de criteria eisen, waarbij een breder palet aan oplossingen gewaardeerd worden.

Passage over bestaande bouw uit 855.07.10.046 - Handleiding v1.1 definitief Renovatie kent dezelfde kenmerken als de bouw. Een oude cyclus wordt afgebroken (zoals boven met breuk). De renovatie start met de inbreng van 1x het product (geen breuk), daaropvolgende vervangingen (gelijke materialen en cycli) volgen weer via een breuk (gedachte in praktijk wordt vervanging of onderhoud component afgestemd op sloop gebouw). Uitgangspunt is dat een gebouw een materiaalgebonden milieubelasting veroorzaakt, die gedurende de gebouwlevensduur afgeschreven moet worden. Op basis van de theoretische levensduur wordt een vaste jaarlijkse afschrijving vastgesteld. Wordt nu voor het verstrijken van de theoretische levensduur een ingreep gepleegd, dan zal een deel van die belasting nog niet zijn afgeschreven, er is nog een restschuld. Deze restschuld moet over de restlevensduur van het gebouw afgeschreven worden. Dit is ongunstig voor bij de ingreep gesloopte bouwdelen, omdat er geen prestatie tegenover staat. In plaats daarvan worden nieuwe materialen ingezet, waarvan de belasting ook over de restlevensduur afgeschreven moet worden. Interessant is dat de restlevensduur door de ingreep meestal wordt verlengd. Dit betekent dat de restschuld over een langere periode afgeschreven mag worden, wat de jaarlijkse afschrijving dus juist weer lager maakt. Wel komt daar de extra belasting door de nieuw toegevoegde materialen bij. Ook deze belasting wordt over de restlevensduur afgeschreven. De levensduurverlenging is ook gunstig voor de gebouwdelen die gehandhaafd blijven en waarvan de vervanging- en onderhoudscyclus zonder harde knip blijft doorlopen. Voor het gehandhaafde casco, waarbij niet of nauwelijks sprake is van vervanging en onderhoud, betekent levensduurverlenging pure winst.

En hergebruik van een materiaal/product niet op de plek waar hij staat ?

Wordt er ook rekening gehouden met de hergebruik van een product op een andere locatie ? Ik bedoel dat een gedemonteerde gevel hergebruikt wordt bij een ander gebouw ? Dit kan een stimulans zijn om duurzame, demontabele en herbruikbare gebouwonderdelen te ontwerpen (zeg maar superuse).

Hoe staat dit in relatie met energieverbruik ?

Stel dat de bestaande gevel een lage Rc van 2,5 heeft; deze wordt niet vervangen en blijft nog een levensduur hangen terwijl de nieuwe Rc 5 heeft.

Grosso modo bekeken over de levensduur zit 15% van de energie in embodied en 85% in de gebruiksfase.

Daarmee zal de eerste variant (grofweg hoor) dan die 15% besparen maar 40% kosten in de gebruiksfase tov de nieuwe state-of-art gevel waarmee dan een verlies van 25% in energie ontstaat.

Naar analogie van doorrijden met een oude auto.

Recycling en upgraden (C2C) ?

Stel dat de bestaande gevel volledig gerecycled wordt (er ontstaat dan geen afvalverlies) en dat daarmee een verbeterd in milieuopzicht (bijv. Rc waarde/luchtafdichtingen hoger, alles state-of-art) product gemonteerd kan worden.

Dit is dan C2C. Wordt dit recyclen/C2C gewaardeerd ? In deze redenatie blijft alleen de extra embodied energy over tov hergebruik.

In het mooiste geval (toekomst ?) wekt het gevelelement zijn embodied energy in zijn levensduur op .... (voor een zonnepaneel is dat een 2 tot 5 jaar afhankelijk van zonneinstraling en elektriciteitsmix ter plaatse)

Laten vervallen Mat 3 ?

Ik meen dat in de klankbordvergadering (13 jan) werd overwogen om deze credit te laten vervallen. Toch denk ik dat door deze credit apart op te nemen in elk geval wel aandacht gevraagd wordt voor dit aspect en dat lijkt me goed.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Direct naar
Creditsjablonen
Hulpmiddelen
Overig
Boek maken