KLI7 Lichttoetreding

Uit DGBC Wiki

Ga naar: navigatie, zoeken


KLI7 Lichttoetreding

Categorie: Gebiedsklimaat Maximum aantal punten: 4 Verplicht? Nee

Doel van de credit

Het stimuleren van een optimale lichttoetreding in het gebied ten behoeve van verhoging van het comfort en de belevingskwaliteit voor gebruikers en het bevorderen van de mogelijkheden tot efficiënte toepassing van zonne-energiesystemen.

Toepassing

Planfase Realisatiefase Beheerfase

Creditcriteria

Er kunnen maximaal 4 punten als volgt toegekend worden:

Punten Criterium
Als de plaatsing van de gebouwen voldoet aan de richtlijnen van de MBV Nederlandse Gemeenten art. 2.5. en, indien van toepassing, dat de gevelafstanden voor gevels met werkplekken minimaal 10 meter is (BREEAM-NL Nieuwbouw HEA 2 Uitzicht).
Als de geleverde bewijsvoering aantoont dat voor de gevels van zowel woningen als utiliteitsgebouwen minimaal twee bezonningsuren per dag mogelijk zijn.

OF

Als de geleverde bewijsvoering aantoont dat voor de gevels van zowel woningen als utiliteitsgebouwen minimaal vier bezonningsuren per dag mogelijk zijn.
Als wordt aangetoond dat de dakvlakken van de gebouwen in het plangebied zodanig zijn ontworpen, dat minimaal 50% van het dakvlak geen schaduwbelemmering ondervindt wanneer de zon onder een invalshoek van 20 graden schijnt.

Indien er in het plangebied geen gebouwen hoger dan 25 meter of 1,5 maal de hoogte van de omliggende bebouwing gerealiseerd worden, dan worden het tweede en derde punt automatisch toegekend.

Criteria-eisen

Het volgende toont aan dat wordt voldaan:

Eerste punt:

  1. De plaatsing van de gebouwen voldoet aan de afstandcriteria volgens de 13e wijziging van de Bouwverordening (MBV)
  2. De plaatsing van de gebouwen voldoet aan de eisen in BREEAM-NL Nieuwbouw HEA 2 uitzicht criterium 2: de afstand tot de toegekeerde gevel van een andere gebouw bedraagt tenminste 10 meter voor gevels met werkplekken.

Tweede en derde punt:

  1. Indien er in het plangebied gebouwen van meer dan 25 meter hoog, dan wel meer dan 1,5 maal de hoogte van omliggende bebouwing aanwezig zijn moet een bezonningsonderzoek worden uitgevoerd.
  2. In het bezonningsonderzoek moet worden aangetoond dat in de periode van 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonshoogte van meer dan 10 graden respectievelijk minimaal twee uur of vier uur bezonning per dag mogelijk is op de gevels van zowel woningen als utiliteitsbouw.

Indien er in het plangebied geen gebouwen van meer dan 25 meter hoog dan wel meer dan 1,5 maal de hoogte van omliggende bebouwing aanwezig kan dit punt automatisch worden toegekend.

Vierde punt:

  1. 50% van de dakvlakken van de bebouwing bezond wordt bij een invalshoek van de zon van maximaal 20° (zie onderstaande afbeelding).
Invalshoek.png

Figuur: De groene vlakken geven de dakvlakken aan die bij een invalshoek van maximaal 20 graden bezond worden. De rode vlakken worden niet bezond.

Aanvullingen op de criteria-eisen

Benodigd Bewijsmateriaal

Planfase

Eerste punt

Eis 1

Eis 2

Tweede en derde punt

Eis 1

Eis 2

Vierde punt

Eis 1

Realisatiefase

Alle punten:

Gelijk aan de planfase plus een rapportage waarin bevestigd wordt dat de bebouwing conform het MBV en, indien van toepassing, het bezonningsonderzoek is uitgevoerd. Indien aanpassingen aan de bebouwing zijn doorgevoerd moet wederom een bezonningonderzoek worden uitgevoerd.

Beheerfase

Alle punten:

Gelijk aan de planfase plus een rapportage waarin bevestigd wordt dat de bebouwing conform het MBV en, indien van toepassing, het bezonningsonderzoek is uitgevoerd. Indien aanpassingen aan de bebouwing zijn doorgevoerd moet wederom een bezonningonderzoek worden uitgevoerd.

Definities

Aanvullende informatie

MBV

In de criteria eisen wordt verwezen naar de MBV 13e wijziging (zie referenties). In deze MBV worden stedenbouwkundige ordeningsprincipes voorgesteld die een goede daglichttoetreding tot gebouwen moet garanderen. Door deze ordeningsprincipes aan te houden wordt ook bewerkstelligd dat de (openbare) buitenruimten voldoende daglicht en zon ontvangen.

Aangezien in de Nederlandse bouwregelgeving buitenruimten (nog) niet verplicht gesteld zijn (in het Bouwbesluit 2012 wel) wordt de eerste credit verkregen door buitenruimten voor woningen verplicht te stellen en hier bovendien een situeringseis aan te stellen. Door minimaal een buitenruimte aan de oost-west of zuidgevel te situeren wordt ook bevordert dat de gevel waaraan deze buitenruimte is gesitueerd voldoende daglicht krijgt.

In de BRL nieuwbouw worden buitenruimten van woningen verplicht gesteld. Uit belevingsonderzoeken is gebleken dat met name buitenruimten van woningen op het westen hoog gewaardeerd worden.

‘Optimale lichttoetreding’ heeft hier betrekking op het toelaten van gewenst daglicht en gewenste zoninstraling voor de buitenruimten. De daglichttoetreding voor binnenruimten wordt in de beoordelingsrichtlijn nieuwbouw geregeld.

Zonstraling heeft een positieve invloed op het welbevinden en de gezondheid van mensen. Naast de fysische factoren, zoals het activeren van vitamineproductie door de huid, heeft het ook een psychisch effect (bioritme, tegengaan van winterdepressie).

Door een goede positionering van gebouwen ten opzicht van elkaar en ten opzichte van de zon en zonnehoogte kan de daglicht- en zonlichttoetreding geoptimaliseerd worden. Hoge, lange gebouwen zullen in het algemeen meer schaduw geven dan lage gebouwen of hoge (slanke) torenachtige gebouwen.

Door voorwaarden te stellen aan belemmeringshoeken kan de eventuele plaatsing van actieve zonsystemen worden gefaciliteerd.

Referenties

Koppeling met andere credits in dit Keurmerk

RO 2: Ruimtegebruik

Koppeling met andere keurmerken

Koppeling met BREEAM-NL Nieuwbouw:

HEA 1 (daglichttoetreding) en HEA 2 (uitzicht) ENE 5 (duurzame energie) en HEA 14 (privé buitenruimten)

Koppeling met BREEAM-NL Bestaande bouw:

06030 A Uitzicht 06029A Daglichttoetreding

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Direct naar
Creditsjablonen
Hulpmiddelen
Overig
Boek maken